Het LIESBOS

De streek LIESBOS (Artikel uit de jubileumuitgave van de Parochie Liesbos bij het 50 jarig bestaan door Harry Wildhagen.)

Waar komt de naam Liesbos vandaan?
Volgens kaarten en gegevens van Staatsbosbeheer ben ik tot de volgende konklusie gekomen: Ons Liesbos is een door mensen gezaaid en geplant bos.
Eeuwen daarvoor was dit een laag gebied, met daaromheen een hogere rand, waarschijnlijk een bezonken stroomgebied. In het midden was een plantengroei aanwezig, zoals men die nu nog in polders tegenkomt.
Ook nu zijn er veel biezen en andere waterplanten te vinden.
Van oudsher hebben ook reigers hier hun voedsel kunnen vinden en waren hier ook hun broedplaatsen.
Op de wat hogere grond groeide buntgras, heide, berken, lijster, dennen, eiken en beukenbomen. Deze plantengroei was echter door de natuur ontstaan, door wind en vogels. Omdat het Liesbos verschillend van hoogte en de grond verschillend van struktuur is, is er altijd al een verschillende vegetatie geweest.

Voor de naam Liesbos zijn drie verklaringen te vinden:
lis.jpg 1: Door de liesen oftewel lissen met een irisachtige bloeiwijze, die er groeiden met gele bloemen en zaaddozen (waarvan ik er in mijn vijver heb).
2: Door de lisdodde. Dit is een inheemse moerasplant met een bruine cilindervormige aar. We noemden ze vroeger "sigaren". Men vindt ze onder andere in poldersloten in Strijpen.
3: De m.i. juiste verklaring, n.l. door het liesgras dat hier door de eeuwen heen gegroeid heeft en nog steeds groeit.
Lies is in de botanie bekend als vlotgras (in het latijn: GLYCERIA). Het groeit op lage, natte grond. Reeds in 1200 werd dit gebied al beschreven als het landgoed van Hage en Lies (heggen en lies).
In 1794 werd een stuk van ons huidige bos in kultuur gebracht door een gedeelte om te spitten en door pitten (voornamelijk eikels) in te zaaien.
In 1814 na de Franse Tijd waren er al eiken plantsoenen die uitgedund werden. Dat hout kwam ten goede als brandstof voor de bakkers.
De bomen in dit gebied van het bos staan onregelmatig. Men kan ze nu nog vinden op de plaatsen waar de reigers hun broedplaatsen hebben. Ook in het afgezaagde vak ernaast (in 1980 W.H.) hebben reigers gebroed en dit stuk behoort tot het oudste van Liesbos.
Ook bij de Moerdijkse Postbaan werden de eerste pitten gezaaid, later in de omgeving van café "De Boswachter Takx".
Volgens dokumenten was er in 1890 een aktieve boswachter, die het hele bos in kaart bracht, nadat nieuwe sloten waren gegraven en oude uitgediept, vooral in de richting van de Leurse Baan.
Deze goede afwatering kwam het bomenbestand ten goede. Kort daarna werden voor het eerst bomen geplant.
Toen in 1898 Staatsbosbeheer officieel werd opgericht, werd er steeds meer bos in cultuur gebracht.
In die tijd werden beukebomen geplant in de Moerdijkse Postbaan, Leurse Baan en Drielindendreef. Onder deze beukebomen is geen andere plantengroei mogelijk, omdat het bladerdek ervan al het zonlicht wegneemt.
Er zijn in het Liesbos veel buitenlandse boomsoorten te vinden.
Door het in kultuur brengen is de plantengroei veel veranderd en erg gevarieerd. Het loont daarom de moeite om er met een bioloog een wandeling te maken.

De volgende historische feiten zijn het vermelden waard:
Tijdens de Franse bezetting omstreeks 1800 werden de Moerdijkse Postbaan en de Zanddreef aangelegd, welke 1.666 meter lang is. Dit was toen een belangrijke noord-zuid verbinding voor postkoets en ander verkeer.
Bij C.Joosen en tegenover Van Bavel is een paardekerkhof ontdekt, getuige de vele botten die daar zijn gevonden.
De spoorwegverbinding Breda - Roosendaal is aangelegd in 1860.
In die tijd was er een klein dorpje, even ten zuiden van de spoorlijn, n.l. bij de Vaareindseweg.
Daar woonden vroeger veel kleine boeren zonder gespan (zonder kar en paard). Zij hielden varkens, geiten, schapen en kippen. De vrouwen hielden zich bezig met weven, waarbij de kinderen moesten meehelpen met draaien of pedaal trappen. Dit op vaak lange dagen en in de winter bij kaarslicht in koude, vochtige huizen.
Op de grond van Jan Mol stond een gemeente-waterput, waarvan de fundering nog in de grond zit. Deze put was bestemd voor drinkwater voor dat hele woongebied, dat men toen weversheike noemde De grote boerderij van Jos Oomen was daar in 1852 een uitschieter.
Als brandstof gebruikte men toen hout, veenturf en heiturf (gedroogde heiplaggen).

vennetjeVooraan in de Bagvensestraat lag een ven, kompleet met waterplanten en vissen en waarop in de winter geschaatst werd. Ook in het Liesbos zijn nog enkele vennen.

Op de plaats waar later het seminarie is gebouwd, stond in 1895 een logement waar rijke mensen uit de stad kwamen verpozen om er te genieten van de vrije natuur. Van 1914-1918 kwam daar een groep Zusters wonen die uit Frankrijk gevlucht waren.

Omstreeks 1900 lag er al een tramlijn langs het Liesbos, aanvankelijk een paardetram, 5 jaar later een stoomtram. In 1926 gebeurde ermee een ongeluk: de tram vloog uit de rails en de machinist kwam om.
Rond 1900 was er in de buurt van de huidige Camping aan de Liesdreef een gemeente-kerkhof met een lijkenhuis, kennelijk bedoeld voor zwervers en daklozen. Een man die vermoord werd is ook daar begraven.
Ten zuiden van de Hoge Bremberg en de Zandspui hebben rond het midden van de vorige eeuw grote zandverstuivingen plaats gevonden. Dit als gevolg van het afsteken van heiplaggen voor bemesting en van heiturf voor brandstof en tegelijk met de bedoeling om meer grond in kultuur te brengen.
Om de grond tegen die verstuivingen te beschermen ging men later over tot het planten van brede heggen.
Eikebomen en bremstruiken groeiden goed op kalkarme zandgrond met een lemige onderlaag. Dat verklaart de leemuitgraving van de Bremberg waar, zoals de naam al zegt, veel brem groeide en het ontstaan van de steenbakkerij aldaar.
Café "de Puitenkuil" dankt zijn naam aan het feit dat vroeger tegenover dit café een kuil lag met veel waterplanten en kikkers welke men toen kinkpuiten noemde.
Het gebied aan de zuidkant van onze parochie (Boomkesberg, Raamschoorse- en Vaartweg en "de kleine hei") bevat nog erg veel mooie natuur.
Het geeft nog de indruk van hoe het er vroeger moet hebben uitgezien. Vandaar dat onze streek ook een geliefd jachtterrein was. Namen als "Het Jachthuis", het vroegere café "In de rustende Jager" (aan de Leurse Baan) en het Jagerpad wijzen in die richting.

Geraadpeegde literatuur:
Dr.I.J.Brugmans "De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw";
Prof.Heimans, H.W.Heinsius en J.Thijsen "Geïllustreerde flora van Nederland".
Geraadpeegde personen, die ik van harte dank zeg voor hun medewerking:
De heren Hamel en C.Joosen van Staatsbosbeheer;
M.Hermus; J.Mol; Ant.Mol; J.Roovers en J.Schalk.

bijgewerkt op 21 maart 2014 © HDC.