Huize LIESBOSCH (klooster)
Geschiedenis van het klooster te Liesbos opgetekend door Pater M.Rasenberg in 1973.

van 'Kasteel Huis ten Bosch' tot 'Het familiehotel Huis ten Bosch'
en van 'Groot Seminarie Liesbosch tot Huize Liesbosch'

schild
Het klinkt U misschien ongeloofwaardig in de oren, maar op een groot deel van de grond, waarop nu Huize Liesbosch staat, bevond zich vroeger een gerenommeerd hotel, genoemd: "Huis ten Bosch".

"Het familie hotel Huis ten Bosch is prachtig gelegen aan de straatweg van Breda over Etten naar Roosendaal (Stoomtram en staatsspoor Liesbosch Red: Liesbos had een treinstation!)".
En nog een later gevonden aanbeveling: "Wanneer na maanden langen arbeid lichaam en geest behoefte gevoelen aan ontspanning, dan is genoemd hotel alleszins aan te bevelen, zowel voor zomer als voor winterverblijf. Van hier keert men niet afgemat door het reizen naar verder gelegen hotels of het buitenland, doch geheel verfrist en versterkt huiswaarts en bewaart men een plezierig aandenken aan een genotvol verblijf".

de Gasten
Tot voor die tijd was het een groot herenhuis geweest. De officiŽle naam toen "Kasteel Huis ten Bosch", ook kortweg "het Kasteel" genoemd. Omstreeks 1830 was het Huis ten Bosch door een militaire overste bewoond, later nog door een bekende jager Valkenaar.
Omstreeks 1879 werd het oude herenhuis door de exploitant van de suikerfabriek Zwartenberg onder Leur aangekocht, die het als hotel inrichtte.

Het hotel heeft met veel ups en downs een grote bloeitijd gekend.
Een oud-chef-hofmeester bij de Holland_Amerika lijn leidde als directeur-ger‚nt het hotel, waar in die die tijd ongeveer drie hectaren bos en tuin verbonden was.

de Vijver Beroemd waren toen ook de goudvisvijvers in het bos. Sprekend hiervoor is nog de volgende aanbeveling: "In het zijgedeelte van de tuin bevindt zich de stalling en koetshuis. Ook bestaat voor liefhebbers van toeren de gelegenheid daar aan het hotel paard en rijtuig verbonden zijn. Grenzend aan de stal is de residentie der hoenders, die, in ruil voor goed voeder, hun eieren ten dienste stellen van het hotel. De stoomtram passeert in beide richtingen vijfmaal per dag, terwijl legio paardentrammen aldaar aankomen en vertrekken."
Nadat het 25 jaar als familie-hotel had dienst gedaan, zou het echter nogmaals van bestemming veranderen. 8 november 1904 werd "Huis ten Bosch" aangekocht door het kerkbestuur van H.Martinus te Princenhage, waarna het in eigendom overging van de Zusters Benedictinessen van het H.Sacrament, die een klooster hadden te Rouaan in Frankrijk. Deze zusters werden in hun vaderland met verbanning bedreigd en zochten dus elders een "home". Zij voegden aan het bestaande gebouw, dat zich hoofdzakelijk bevond op de plek waar nu de spreekkamers zijn, een vleugel met rectoraat toe. Maar door een bijzondere protectie mochten deze zusters in Frankrijk blijven en kwamen er slechts enkele zusters benevens enige pensionairen naar Liesbosch.
De nieuwe vleugel, waarover hier gesproken wordt, is de huidige kapel met de beide verdiepingen daarboven, terwijl het rectoraat nu bewoond wordt door de verzorgende groep. Opdat de ballingen zich in den vreemde niet helemaal vreemd zouden vinden, werd de nieuwe vleugel een getrouwe copie van het eigen klooster in Rouaan. Voorlopig werd maar een vleugel gebouwd, doch dat was al voldoende om te bewijzen dat het Rouaanse klooster uit architectonisch oogpunt beschouwd, van de elementairste schone lijn beroofd was.
verbouwd Mede ten gevolge van een inbraak werden de zusters door de generale overste teruggeroepen en kwam het klooster leeg te staan (1910).
Later hebben zich de zusters opnieuw in Breda gevestigd en wel in de tegenwoordige Generaal Maczekstraat. Minstens een zuster leeft daar nog, die hier in die tijd pensionaire is geweest (red 1973).

Twee jaar later gaan de Priesters van het H.Hart zich voor dit huis interesseren. Op het feest van het H.Hart, 28 juni 1878, werd de congregatie van de Priesters van het H.Hart gesticht door Pater Johannes Leo Dehon, kapelaan van Saint Quentin in Noord Frankrijk. Geboren 14-03-1843: priester gewijd 19-12-1868.
Een afbeelding van hem en van een van zijn volgelingen is tot nu toe bewaard gebleven in een van de gebrandschilderde ramen van het trappenhuis in de oostvleugel.
Deze congregatie spreidde al vlug haar vleugels uit via Frankrijk naar BelgiŽ en vanuit BelgiŽ moest men, vanwege de abnormale groei van het aantal Nederlandse studenten toen een geschikt scholastikaat in Nederland gaan zoeken. Een van de Nederlandse paters kwam onder de vakantie op bezoek bij zijn zus, die in Etten religieuze was. Deze zuster maakte hem attent op het leegstaande huis en vliegensvlug bracht deze pater het nieuws over aan zijn overste, die direct op onderzoek toog. De bewaker weigerde echter de toegang en pas met een schriftelijke toestemming van de Deken van Etten kon men het klooster binnenkomen. Lang had deze echter niet nodig om het huis te bezichtigen en men spoedde zich naar Rouaan om daar met de Zusters Benedictinessen de zaak te regelen. men kwam overeen het geheel te huren voor een prijs van fl 300,- per jaar.
9 september 1912 werd het klooster door de paters, 16 september door de fraters-scholastieken betrokken.

professoren en studenten Al spoedig bleek het huis te klein om alle toekomstige priesters op te vangen. Men kon echter niet aan uitbreiding beginnen alvorens het huis te kopen.
omdat de politieke hememel voor de zusters op dat ogenblik in frankrijk tamelijk helder was, waren er geen bezwaren om het klooster, hun toevluchtsoord in Nederland, aan de Priesters van het H.Hart in eigendom te doen overgaan. nu zou het voor altijd een aan 's Heren dienst toegewijde plaats kunnen blijven! De koopakte vermeldt dat grond, opstallen en tuin op 6 augustus 1920 aan de nieuwe eigenaar overgingen.

In 1921 begon men met de verbouwing en de uitbreiding. de massale konstruktie werd uitgevoerd naar een ontwerp van architect Groenendaal, vandaar dat deze vleugel voor het laatst door de paters de "Groenendaal" genoemd is. Het is nu ziekenafdeling, wat vroeger drie leslokalen waren met twee verdiepingen erboven. ook de huidige rekreatiekamers zijn toen gebouwd. Zij hebben vroeger dienst gedaan als rekreatiezaal van de studenten, bibliotheek en kleermakerij met linnenkamer.
Ruim tien jaar later werd het Groot Seminarie weer te klein. In de jaren 1933-1936 werden de oude hotelresten gesloopt en kwam daarvoor in de plaats een nieuw hoofdgebouw, waarin zich de hoofdingang, spreekkamers, recreatieal van de professoren (nu groene spreekkamer), de kamers van de paters en broeders bevonden. In de aansluiting met het hoofdgebouw werd parallel met de vleugel van 1922 een zijvleugel gebouwd, die eetzaal, keuken, administratie en economaat bevatte. Op de eerste verdieping kwamen kamers voor de studenten.
In hun optimisme hebben de paters bij de fundering rekening gehouden met de mogelijkheid er nog een verdieping bovenop te moeten bouwen. Maar het pakte anders uit dan zij gedacht hadden: In 1971 is hiervan dankbaar gebruik gemaakt. Men heeft nog meerdere jaren met het plan rond gelopen een nieuwe kapel te bouwen. Maar de onstuimige groei van de Nederlandse Priesters van het H.Hart had zoveel financiŽle offers gevraagd, dat men alleen maar de bestaande kapel kon vernieuwen en inrichten tot een sober, maar ook sfeervol Godshuis.
Groenendaal Interessant om te vermelden is nog dat de fraters zelf, van 1937 tot 1939 in hun vrije tijd een zwembad gegraven hebben van 30 x 60 m.
Het is nog aanwezig op het grondgebied, eigendom van de paters gebleven, aan de overkant van dit huis. Het vroegere rectoraat, waar nu de verzorgende groep woont, heeft ook nog van 1936 tot 1948 als provincialaat dienst gedaan. Tijdens de tweede wereldoorlog is het Seminarie door de Duitswers gevorderd. Op 23 januari moest het huis worden ontruimd, omdat de Duitse Marine het opeiste. De gehele kommuniteit week uit naar Oosterhout en vond onderdak in scholen, een fabriek en bij de Zusters Norbertinessen.
Na de bevrijding eisten achtereenvolgens Canadese, Poolse en Nederlandse militairen het huis op. Het had door bombardementen in de buurt en door de bezetting veel geleden. Rond 1955 is nog een hele vleugel boven de kapel van binnen uitgebroken en opnieuw opgetrokken.
In 1962 is op grootse wijze het gouden bestaan van het Groot Seminarie gevierd. In tegenwoordigheid van de burgemeesters van Breda en Etten, provinciaal overste, oud provinciaal oversten en oud rectoren droeg Mgr.G. de Vet, Bisschop van Breda een pontificale hoogmnis op.
Niemand dacht bij dit gouden feest aan een kentering, die zich spoedig zou openbaren. In deze jaren is het zwembad nog helemaal verbeterd en vernieuwd en ook de kapel heeft in die jaren nog een stevige verandering ondergaan; nieuw altaar, nieuwe vloer, opnieuw geschilderd en nieuwe gebrandschilderde ramen.
Steeds duidelijker werd op het eind van de jaren '60 dat er verstrekkende besluiten genomen zouden moeten worden. Het aantal roepeingen liep terug, het verloop werd steeds groter en de studenten die er waren gingen steeds meer in combinatie studeren met anderen.
Toen het provinciaal bestuur besloot het Groot Seminarie af te stoten, begon de uittocht. De paters gingen, gezien hun werk, her en der in de stad wonen, de studenten verhuisden naar Tilburg en de broeders kozen een nieuwe woonplaats in een van onze huizen.
In oktober '70 is de laatste groep studenten vertrokken en bleef ondergetekende (nog even met een broeder) alleen achter om het huis te bewaken.
Op 14 januari 1971 werd het Seminarie door de Congregatie van de Kleine Zusters van de H.Joseph gekocht.
Niet gemakkelijk hebben de bewonders van Liesbosch zich neergelegd bij het besluit om hun huis te verkopen. Feit is dat zij, evenals de Franse zusters indertijd, blij zijn dat er nu weer religieuzen in dit huis wonen, in de hoop dat de zusters evenals zij er grŠŠg wonen.

Liesbosch, 15 februari 1973. M.Rasenberg.

bijgewerkt op 3 december 2004 © HDC.